Wie kan als verenigingswerker aan de slag?

24/02/2021 - 15:52

Iedere natuurlijke persoon ouder dan 18 jaar die een professionele hoofdbezigheid heeft, kan aan verenigingswerk doen. Daarbij is een tewerkstellingsdrempel van 80% (4/5e) niet meer vereist zoals in de vorige regeling het geval was. Nu kom je in aanmerking vanaf dat je minstens 1 dag werkte in het zogenaamde referentiekwartaal (T-3). Concreet is dit de periode tussen 9 en 12 maanden voorafgaand aan de aanvang van het verenigingswerk. Je mag verenigingswerk doen als werknemer, ambtenaar, zelfstandige in hoofdberoep of gepensioneerde.

De verenigingswerker mag binnen dezelfde organisatie, in dezelfde periode, niet verbonden zijn via een arbeidsovereenkomst, statutaire aanstelling (ambtenaar of onderwijzend personeel) of een aannemingsovereenkomst (zelfstandige).

Sperperiode

Indien je bij dezelfde organisatie actief was met een arbeidsovereenkomst, statutaire aanstelling (ambtenaar of onderwijzend personeel) of aannemingsovereenkomst (zelfstandige), dan geldt een sperperiode van 1 jaar vooraleer je kan overschakelen op het statuut verenigingswerk. Deze sperperiode is niet van toepassing voor gepensioneerden, studenten en in toepassingen van de 25-dagen regel.

Uitkeringsgerechtigde verenigingswerker

Personen met een werkloosheidsuitkering, werkloosheid met bedrijfstoeslag (brugpensioen) of een arbeidsongeschiktheid kunnen dit niet combineren met een vergoeding als verenigingswerker. Onder volgende cumulatieve voorwaarden is het echter wel toegestaan;

  • De verenigingswerker geeft de voortzetting vooraf en schriftelijk aan bij de RVA (in het geval van werkloosheid of brugpensioen)
  • De adviserende geneesheer stelt vast dat de activiteiten verenigbaar zijn met de algemene gezondheidstoestand van de betrokkene (bij arbeidsongeschiktheid)
  • Het gaat over een voortzetting van een aflopende overeenkomst
  • De overeenkomst inzake verenigingswerk moet vóór de intrede van de werkloosheid effectief worden uitgevoerd
Tewerkstelling