In welke mate kan een (minderjarige) trainer aansprakelijk gesteld worden?

In geval van een onrechtmatige daad (die bestaat uit drie onderdelen: een fout, schade en een oorzakelijk verband tussen fout en schade) zal nagegaan worden wie op het ogenblik van de feiten aansprakelijk kan worden gesteld. Hierop zijn de regels van het Burgerlijk Wetboek van toepassing (artikel 1382 e.v. B.W.)

Een minderjarige is handelingsonbekwaam en kan volgens bovenstaande regels niet burgerrechtelijk aansprakelijk gesteld worden. In het geval hij de fout maakte, zal men ofwel de ouders/voogd (houders van het ouderlijk gezag over de minderjarige) aanspreken, ofwel diegene die toezicht moest houden op de minderjarige (bv. de club). Let wel: in de praktijk betekent dit niet dat er steeds een meerderjarige letterlijk op het veld moet staan om het toezicht op de minderjarige trainer te houden.

In de verplichte decretale verzekering die sportfederaties aan hun leden (waaronder ook trainers) moeten aanbieden, zit echter een Burgerlijke Aansprakelijkheidsverzekering begrepen. In de praktijk zal deze verzekering dus tussenkomen bij ongevallen op het veld. Wil je de precieze draagwijdte van de verzekering in detail nalezen, dan vraag je bij je federatie best even de voorwaarden op.