Is het verplicht om een vrijwilligersovereenkomst op te stellen?

Elke vereniging die met vrijwilligers werkt, moet zich aan een wettelijk kader gecreëerd door de Wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van de Vrijwilliger houden. In die wet wordt een informatieplicht opgelegd die geldt voor iedere organisatie die met vrijwilligers werkt. Die informatieplicht houdt in dat de vrijwilliger minstens geïnformeerd moet worden over volgende zaken:

  • de onbaatzuchtige doelstelling en het juridisch statuut van de organisatie
  • als de organisatie een feitelijke vereniging (FV) is, dan moet ook de identiteit van de verantwoordelijke(n) van de vereniging worden meegedeeld
  • de verzekering(en) die ten behoeve van de vrijwilliger werd(en) afgesloten
  • de vergoedingspolitiek: worden er al dan niet vergoedingen uitgekeerd, gaat het om forfaitaire of reële onkostenvergoedingen,...
  • de geheimhoudingsplicht waaraan de vrijwilliger moet voldoen (cfr artikel 458 Strafwetboek)

Deze zaken moeten meegedeeld worden aan de vrijwilliger, maar de manier waarop het gebeurt is niet bepaald. Een schriftelijke overeenkomst is dus niet verplicht volgens de vrijwilligerswet. Dit betekent dat de organisatie zelf mag kiezen of ze schriftelijk of mondeling de informatieplicht naleeft. Het spreekt voor zich dat een mondelinge mededeling heel moeilijk bewezen zal kunnen worden. Een schriftelijke vrijwilligersovereenkomst daarentegen neemt alle twijfel weg. Aan de hand van het model van vrijwilligersovereenkomst kan de club alle vrijwilligers een correcte overeenkomst aanbieden.

Meer informatie over de vrijwilligerswetgeving vind je in de brochure 'De sportclub en de vrijwilligerswet'.