Moeten liquide middelen meegenomen worden in het belastbare vermogen m.b.t. de patrimoniumtaks?

Helaas valt deze vraag niet eenduidig te beantwoorden. Het hangt af van de kwalificatie van die liquide middelen. Artikel 150, 3° uit het Wetboek der successierechten (Vlaams Gewest) bepaalt dat de liquiditeiten en het bedrijfskapitaal bestemd om gedurende het jaar verbruikt te worden voor de activiteit van de vereniging of stichting niet mee moeten worden opgenomen in de belastbare basis voor de berekening van de patrimoniumtaks. De commentaren bij dit artikel voorzien volgende:

“In feite gaat het om de kasvoorraad die noodzakelijk is om de dagelijkse en onmiddellijke behoeften of ten minste deze welke zich in de nabije toekomst zullen voordoen, het hoofd te bieden. Deze kasvoorraad bestaat meestal uit muntspeciën (baar geld) of uit gelddeposito’s op zicht of op korte termijn. Het feit dat deze gelddeposito’s op korte termijn interest zouden opbrengen, neemt niet weg dat ze als bedrijfskapitaal kunnen worden beschouwd (zulks hangt eigenlijk van de feitelijke omstandigheden af). De bedoeling van de wetgever is om enkel die goederen van de vereniging te belasten die van blijvende en duurzame aard zijn en dus niet deze die in de loop van het jaar verbruikt worden voor de activiteiten van de vereniging…. Voor het tegoed op zichtrekeningen en op termijnrekeningen van korte duur (bv. tot drie maand) mag daarentegen in de regel worden aangenomen dat het aangewend wordt ter verwezenlijking van het maatschappelijk doel. De termijn van de rekening is nochtans niet altijd doorslaggevend om te bepalen of het gaat om gekapitaliseerde waarden dan om bedrijfskapitaal. De kwalificatie van deze tegoeden verschilt naargelang het doel van de vereniging en de feitelijke aanwending van de fondsen.”

Er wordt dus gekeken naar de feitelijke omstandigheden:

  • Zijn de liquide middelen bestemd om de behoeften van het komende jaar te dekken? In dit geval zullen de liquide middelen niet meegenomen worden in de berekening van het belastbare vermogen.
  • Of zijn de liquide middelen van blijvende en duurzame aard? In dit geval zullen de liquide middelen wel meegenomen worden in de berekening van het belastbare vermogen.

Het onderscheid tussen zichtrekening of spaarrekening is minder relevant in deze kwalificatie.

Om een idee te krijgen van de impact, kan je volgend kort voorbeeld bekijken:

  • Een sportclub heeft 50.000 euro aan liquide middelen die niet bestemd zijn om de behoeften van het komende jaar te dekken.
  • Die 50.000 euro maakt geen deel uit van het 'bedrijfskapitaal' en wordt bijgevolg meegenomen in het belastbare vermogen.
  • Het verschil in de verschuldigde patrimoniumtaks bedraagt jaarlijks 85 euro: 0,17% x 50.000 euro.

Lees hier wat de patrimoniumtaks juist inhoudt en in welke gevallen ze verschuldigd is.