Wat is een dagelijks bestuur?

Onder dagelijks bestuur van een vereniging moeten de handelingen worden verstaan die beantwoorden aan de noden van het dagelijkse leven van een vzw en die een oplossing bieden aan zaken die een snelle afhandeling vereisen. Een vzw kan in haar statuten voorzien dat die handelingen van dagelijks bestuur worden gedelegeerd aan één of meerdere personen. Die personen kunnen bestuurders, leden of zelfs derden zijn.

Het dagelijks bestuur overdragen aan één persoon of aan een aantal personen kan noodzakelijk zijn als de vzw een dagdagelijkse beheer vereist en er op regelmatige wijze acties en maatregelen ondernomen worden om de vereniging draaiende te houden. De mogelijkheid om een dagelijks bestuur aan te stellen moet in de statuten van de vereniging voorzien zijn.

Het dagelijks bestuur is, in tegenstelling tot de AV en de RvB, geen verplicht orgaan. Het zal voornamelijk nuttig zijn bij vzw’s die vaak en snel bepaalde beslissingen moeten kunnen nemen. De meeste kleinere sportverenigingen hebben geen nood aan een dagelijks bestuur.

 

WVV (voor ingangsdatum hiervan zie deze FAQ)

De statuten kunnen bepalen dat het bestuursorgaan het dagelijks bestuur van de vereniging, alsook de vertegenwoordiging van de vereniging wat dat bestuur aangaat, kan opdragen aan een of meer personen, die elk alleen, gezamenlijk of als college optreden.


Het bestuursorgaan (vroegere 'raad van bestuur') dat het orgaan van dagelijks bestuur heeft aangesteld is belast met het toezicht op dit orgaan.


Het dagelijks bestuur omvat zowel de handelingen en de beslissingen die niet verder reiken dan de behoeften van het dagelijks leven van de vereniging, als de handelingen en de beslissingen die, ofwel om reden van hun minder belang dat ze vertonen, ofwel omwille van hun spoedeisend karakter, de tussenkomst van het bestuursorgaan niet rechtvaardigen.


De bepaling dat het dagelijks bestuur wordt opgedragen aan een of meer personen die elk alleen, gezamenlijk of als college optreden, kan aan derden worden tegengeworpen onder de voorwaarden bepaald in artikel 2:18. Beperkingen aan de vertegenwoordigingsbevoegdheid van het orgaan van dagelijks bestuur kunnen aan derden echter niet worden tegengeworpen, ook al zijn ze openbaar gemaakt.