GDPR: Welke rechtsgronden bestaan er en welke gebruik je waarvoor?

Je hebt telkens een rechtsgrond nodig om gegevens volgens de regels van de GDPR-verordening te kunnen opvragen. Er zijn zes rechtsgronden:

    1. Contractuele grond: de verwerking is noodzakelijk voor de uitvoering van een overeenkomst (bv. een vrijwilligersovereenkomst, een lidmaatschapsovereenkomst, deelname-overeenkomst, …).
    2. Gerechtvaardigd belang: de verwerking is noodzakelijk voor de behartiging van de gerechtvaardigde belangen van de verwerkingsverantwoordelijke of van een derde (bv. het aanbieden en organiseren van sport). Zonder de verwerking wordt de activiteit niet uitvoerbaar. Er moet wel een afweging gemaakt worden, met name of het gerechtvaardigd belang zwaarder doorweegt dan de rechten of vrijheden  die de betrokkenen hiervoor  moeten inleveren . 
    3. Wettelijke verplichting: de verwerking is noodzakelijk om te voldoen aan een wettelijke verplichting.  Vb. subsidie wetgeving
    4. Toestemming: je hebt ondubbelzinnige en expliciete toestemming verkregen van de persoon. Je hebt deze toestemming dus door een actie van de betrokken persoon gekregen.
    5. Vitaal belang: de verwerking is noodzakelijk om de vitale belangen van de betrokkene of andere natuurlijke personen te beschermen (bv. omwille van een dringende medische reden)
    6. Algemeen belang: de verwerking is noodzakelijk voor de vervulling van een taak van algemeen belang of van een taak in het kader van de uitoefening van het openbaar gezag dat aan de verwerkingsverantwoordelijke is opgedragen (bv. politie)

De eerste vier rechtsgronden (contractuele grond, gerechtvaardigd belang, wettelijke verplichting en toestemming) kunnen van toepassing zijn in de context van een sportclub/-federatie. De twee laatste rechtsgronden (vitaal belang en algemeen belang) zijn in normale gevallen niet van toepassing.